Op deze pagina vind je een beknopte uitleg over het begrip 'virtuele werkelijkheid' zoals dat op Deja.Nu bedoeld wordt. Ben je nieuwsgierig naar meer? Heb je vragen? Dan kun je die altijd voorleggen. Maar ik verwijs je ook graag naar de website: www.in-formatie.nu. Daar gaan we uitgebreider in op wat we hieronder veel beknopter weergeven. Je vindt er ook verwijzingen naar bronnen, die je nog verder kunnen verrijken.

De informatie op Deja.Nu is niet bedoeld om je van iets 'te overtuigen'. Het is het meest behulpzaam voor ieders groei en ontwikkeling om niets te geloven, maar alles via je eigen ervaring na te gaan. Een open en óók sceptische geest worden ook hier dus weer zeer gewaardeerd!

Een 'virtuele werkelijkheid'

Om het verhaal dat je begint te lezen te kunnen volgen, is het belangrijk dat je je op een of andere manier kunt vinden in twee aannames:

 

- bewustzijn bestaat

- evolutie bestaat

 

Vanuit deze twee aannames kunnen we heel logisch uiteenzetten hoe onze 'fysieke werkelijkheid' functioneert en ook wat de samenhang is met 'niet fysieke werkelijkheden'. Daarbij gaat het over alles dat we 'objectief' noemen en dat wat we als 'subjectief' zien.

Een voorbeeld van 'objectiviteit' zijn onze wetenschappen (fysica, biologie etc.) en een voorbeeld van 'subjectiviteit' is wat we vaker aanduiden met een algemene term als 'spiritualiteit'. Daaronder kun je bijvoorbeeld de metafysica scharen (en dus ook 'paranormale verschijnselen').

 

Als we een groter kader durven hanteren, zoals we hier gaan doen, dan is het gevolg ervan dingen die we vaak als 'buitengewoon' aanmerken, normale verschijnselen blijken te zijn. Zoals gezegd is dit een beknopte uiteenzetting van dat grotere kader (meer informatie vind je hier, als ook bronnen die helpen bij nog meer verdieping). Hoewel 'beknopt', is ook deze uiteenzetting redelijk omvangrijk... 

 

 

VIRTUEEL = OP INFORMATIE GEBASEERD

 

Zoals de titel boven dit stuk al aangeeft; onze werkelijkheid is een virtuele werkelijkheid. Dat wil zeggen dat het een werkelijkheid is gebaseerd op 'informatie'. Daarmee bedoelen we overigens niet zozeer 'informatie' zoals de woorden die je nu leest. Maar daarover later meer.

 

Als we stellen dat we leven in een 'virtuele werkelijkheid', dan hebben we een aantal dingen te definiëren die fundamenteel zijn voor zo'n werkelijkheid. Om die in beeld te kunnen brengen, maken we een vergelijking met een andere vorm van 'virtuele werkelijkheid': het computerspel.

Hoewel onze werkelijkheid niet in alle opzichten te vergelijken is met die van een computerspel, kan dat op een aantal basale punten wel. Daarom gebruiken we die analogie, want zo komen we op een navolgbare manier tot meer inzicht.

 

DE FUNDAMENTEN VAN EEN 'VIRTUELE WERKELIJKHEID'

 

Een computerspel is een kleine geprogrammeerde wereld in een computer. De spelers in het spel, laten we één van hen voor het gemak 'Mario' noemen, worden geïnstrueerd door de speler van het spel.

Zonder de instructies van degene die het spel speelt, kan en doet Mario (de personage in het spel) niks.

 

Als je goed naar deze situatie kijkt, dan valt op dat: de speler van het spel  het bewustzijn is van Mario, de personage in het spel. Er is dus 'bewustzijn' dat keuzes maakt (Mario ga naar links, Mario spring!) en er is een 'personage' dat daar - via een computer - gevolg aan geeft.

 

Om een computerspel te kunnen spelen, moet je een computer (server) hebben. Een computer waarin het spel ontwikkeld en gespeeld kan worden. Nu kan die computer zich niet in dezelfde werkelijk bevinden, als de speler in het spel. Die speler, in ons geval Mario, kan dat wat hem voortbrengt (de computer) dus nooit vinden in zijn eigen werkelijkheid. Die moet zich buiten zijn werkelijkheid bevinden. Voor Mario, als speler in het spel, moet de computer/server, daarom iets zijn dat 'niet fysiek' is.

 

 

 

Even een stap terug om het tot nu toe geschetste beeld te overzien:  

 

 

* Als je ons zou vergelijken met de personages in het computerspel, dan kunnen we op basis van het bovenstaande zeggen: dat wat ons heeft voortgebracht, wat dat dan ook maar moge zijn, is niet in onze werkelijkheid te vinden. Dat moet dus 'elders' zijn.

 

* En als iets geen deel uitmaakt van onze fysieke werkelijkheid, maar 'elders' verkeert, dan zeggen wij dat het iets moet zijn dat 'niet fysiek' is.

 

* Een ander belangrijk punt is dat de speler van het spel, die het bewustzijn van Mario in het spel is, wel in dezelfde werkelijkheid moet zijn als de computer waarop het spel gespeeld wordt. Zij hebben immers over en weer allerlei informatie uit te wisselen:

 

De speler van het spel zegt bijvoorbeeld: "Mario, springen!" en hij stuurt een bericht naar de computer. De computer ontvangt het bericht en verandert het beeld in het spel: Mario springt. En daarna verandert de computer het beeld opnieuw en laat de gevolgen van de sprong zien: Mario komt goed terecht en vervolgt zijn weg; of hij valt en bezeert zich etc.

 

* Alles dat onderdeel uitmaakt van het computerspel (de personages, de voorwerpen, de omgeving) zijn 'data': nullen en enen die ergens zijn opgeslagen op de harde schijf. En naarmate het spel vordert, veranderen ook de data. Mario springt, speelt, heeft contact met anderen etc. De data zijn continu in beweging.

 

 

 

 

 

DE VERTALING NAAR ONZE WERKELIJKHEID

 

Hoe kun je nu de analogie van het computerspel vertalen naar hoe een en ander in onze werkelijkheid in zijn werk gaat? En waar houdt de vergelijking op?

De belangrijkste overeenkomsten tussen de werkelijkheid van een computerspel en onze werkelijkheid:

 

  • De spelers in het computerspel kun je vergelijken met onze 'fysieke' lichamen (daarover verderop meer).
     

  • De speler van het computerspel kun je vergelijken met ons bewustzijn, dat keuzes maakt en dat van daaruit instructies geeft aan wat ons lichaam moet doen: lopen, praten, slapen etc.
     

  • Wij zijn niet ons lichaam, maar wij zijn bewustzijn. Ons lichaam is zoals de speler in het computerspel: een datastroom (enen en nullen die zich ergens in een virtuele werkelijkheid bevinden). Het kan ons, net als Mario, gebeuren dat we vallen. Dat we ons pijn doen. Het lijkt dan alsof het lichaam 'fysiek' is, want het voelt alsof het zich bewust is van de pijn. Maar als Mario in het computerspel valt en bijvoorbeeld dood gaat, dan verdwijnt 'hij' niet echt. Want de speler die zijn bewustzijn is, kiest een nieuwe speler en speelt daarmee verder.
    Datzelfde gebeurt ons ook: we gaan dood; er is dan geen bewustzijn meer dat leven geeft aan het lichaam. Wij zelf - als zijnde bewustzijn - gaan echter niet dood. Het bewustzijn gaat door en neemt nieuwe vormen aan. We noemen dat dan bijvoorbeeld 'reïncarnatie'. We nemen een nieuwe rol aan in een nieuwe virtuele werkelijkheid die we 'ons leven' noemen.

 

 

MAAR WIE IS DE PROGRAMMEUR?

EN BESTAAT ER OOK ZOIETS ALS 'EEN PROGRAMMA'? EN WAAROM?

 

De programmeur is wat we hier zullen noemen: het 'Grote Bewustzijn Systeem'. Wij zijn onderdeel van het Grote Bewustzijn Systeem, dat zichzelf om bepaalde redenen heeft opgedeeld in kleinere deeltjes. Wij zijn dus als het ware een 'bewustzijns-unit met een eigen vrije wil' (meer over het Grote Bewustzijn Systeem volgt later). 

 

Het grote verschil is: evolutie

 

En daar hebben we meteen ook het grote verschil te pakken tussen hoe een computerspel werkt en hoe onze werkelijkheid in elkaar steekt.

 

Een computerspel wordt geprogrammeerd (door een programmeur; een vormgever etc.). Onze werkelijkheid is niet geprogrammeerd, maar is geëvolueerd. Evolutie is de drijvende kracht achter het Grote Bewustzijn Systeem. Het is daarmee ook een natuurlijk systeem (het kent ook fenomenen die in onze werkelijkheid natuurlijk zijn zoals: imperfectie en eindigheid).

 

 

EEN EVOLUTIONAIR VERHAAL

Als het gaat om de vraag hoe dat 'bewuste systeem' tot stand kwam, dan kun je daar veel meer over zeggen dan we hier kunnen doen (nogmaals kijk voor meer graag op www.in-formatie.nu).

 

We kennen allemaal vaak wel het gangbare verhaal van onze evolutionaire geschiedenis (er zijn meer verhalen, die we hier gemakshalve achterwege laten). In dit verhaal, ontstond het Grote Bewustzijn Systeem uit een paar prille condities. Denk aan: de aanwezigheid van 'plasma', van een specifieke 'druk', van specifieke 'temperaturen' en dat alles in een zeker 'volume'.  Deze verschillende condities wisselden met elkaar bepaalde informatie (data) uit. De manier waarop ze dat deden werd bepaald door een aantal specifieke regels. Dat zijn regels die we kennen als de wetten uit bijvoorbeeld de fysica en de biologie.

 

Die specifieke wetten laten zien hoe de druk toeneemt, waardoor massa samengebald wordt, en er explosies plaatsvinden, waarna vrijgekomen gassen afkoelen. Die vormen vervolgens zonnen en planeten. En dan is er een wet die we kennen als 'zwaartekracht', die ervoor heeft gezorgd dat planeten in een baan terecht komen rondom bijvoorbeeld onze zon. En één van die planeten is wat wij nu kennen als onze aarde. Die planeet had precies de juiste condities - zoals zijn afstand tot de zon - om specifieke elementen te doen ontstaan. Waar weer combinaties van elementen uit voortkwamen, die uiteindelijk een cel wisten te produceren. Die cel deelde zich op, er ontstonden meercelligen, die in een specifieke combinatie weefsels konden maken en via specialisatie ook organen enzovoort. 

 

Bewustzijn = informatie
 

Je ziet hoe er zo een bewust systeem tot stand is gebracht, dat wij 'onze evolutie' noemen. Dat hele proces is echter geen 'fysiek' proces, maar een proces van informatie-uitwisseling, van datastromen. Het is een simulatie. En de datastroom die wij 'evolutie' noemen - en die bestaat de datastroom van elke individuele 'bewustzijns-unit' - evolueert continu.

 

Maar waarom spreken we over een 'simulatie'? En over 'datastromen'? Omdat bewustzijn 'informatie' is. Ga maar na, wat is jouw bewustzijn op dit moment? Dat is een stroom van gegevens, die worden gedefinieerd door je vijf zintuigen. Dat wat je ziet, hoort, voelt, ruikt, proeft.

 

Als je al die input zou elimineren, dan is het enige dat overblijft 'nulpunt-bewustzijn'. Zo noemen we het voor ons gemak even, omdat het weergeeft dat we een oneindig klein puntje zijn dat drijft in oneindig Bewustzijn, een leegte. Het is één met die leegte (mensen die aan een specifieke meditatie-oefening doen, kennen het gewaarzijn van 'nulpunt-bewustzijn').

 

Er is dus geen fysieke werkelijkheid zoals we denken dat die er is. Er is alleen een datastroom; een continue informatie-uitwisseling.

 

 

Een digitaal bewustzijnsysteem

 

Nu is die informatie niet hetzelfde als de informatie die je nu leest. Dat wat je leest is het medium voor informatie. Symbolen, zoals letters, die patronen vormen waardoor informatie betekenis krijgt.  De fundamentele informatie, die we hier vaak aanduiden met 'data', bestaat uit 'pakketjes'. Het is dus geen analoge informatie (zoals deze tekst), maar digitale informatie (enen en nullen).

 

Een voorbeeld om dat duidelijker te maken: een foton (we noemen dat 'licht' maar dat is een metafoor voor wat feitelijk een 'pakketje informatie' is) bereikt je netvlies. Dat zet een bepaalde zenuw in werking, die uit grote hoeveelheden neutronen (die onderdeel zijn van het pakketje informatie) patronen weet te maken. Die patronen geven een bepaalde betekenis aan de nullen en enen. Daardoor kun jij uit het patroon afleiden dat je 'een roos' ziet. De roos is niet fysiek, maar is een datastroom. Net zoals de oogzenuw die voor dit proces zorgt niet fysiek is, maar een datastroom die gevormd wordt op basis van een aantal regels (in dit geval noemen we die 'biologische wetten'). 

 

Het hele proces zoals hier beschreven, is dus niet de werking van een fysiek biologisch systeem, maar de werking van bewustzijn dat een digitaal informatiesysteem is. En specifieke regels (wetten), zoals wij die kennen uit de biologie, worden ingezet om informatie zodanig te kunnen ordenen dat er patronen ontstaan. Wij geven daaraan betekenis.

 

 

ER BESTAAT INDERDAAD 'EEN PROGRAMMA':  BEWUSTE EVOLUTIE
 

Als je je iets kunt voorstellen bij dat jij een informatiestroom bent, dan kun je misschien ook zien dat jij als datastroom één doel hebt: evolueren. Jouw evolutie komt namelijk de evolutie van het Grote Bewustzijn Systeem ten goede. Het wil daarom ook heel graag dat je succesvol bent! (wat dat in deze context precies betekent komt).

 

Nu is elke informatiestroom er voor zijn duurzaamheid op gericht om steeds willekeurige stukjes informatie te configureren tot een patroon. Vanuit willekeur orde creëren, zodat er meer en meer bruikbare informatie ontstaat. Dat is het doel. Hoe bruikbaarder immers de data, hoe geordender het systeem kan zijn. In systeemtermen hebben ze het dan over: het verlagen van de entropie (= wanorde). Want dat maakt dat een systeem lang stand kan houden. En steeds maar weer nieuwe, beter bruikbare informatie genereert (dat is één definitie van  'succesvol zijn).

Meer informatie, meer innovatie, meer combinatie 

 

Om dat te kunnen realiseren creëert het systeem uitwisseling en interactie. Want ga maar na: je kunt in je eentje veel bedenken. Maar komt er een tweede perspectief van iemand anders bij, dan bedenk je vaak dingen die je alleen niet had bedacht.

 

Voor het Grote Bewustzijn Systeem is het dus belangrijk dat er steeds interactie is. Dat zijn  nieuwe evolutie-experimenten die nieuwe data kunnen genereren. Op data die bruikbaar zijn, wordt verder gebouwd. Wat niet behulpzaam is, wordt losgelaten.

 

Vrije wil

 

Als je wilt experimenteren, dan heb je ruimte nodig om iets nieuws te kunnen doen. Dat is de reden dat wij, bewustzijns-unit in het grote systeem, een eigen vrije wil hebben. We hebben veel keuzemogelijkheden. En kunnen allerlei dingen besluiten en doen. Daardoor kunnen we veel experimenteren (zoals elke interactie die we aangaan) en zo genereren we nieuwe informatie.

Fundamentele tijd

 

'Evolutie' impliceert verder ook dat er 'tijd' is. Want steeds is er een toestand voordat een bepaalde keuze werd gemaakt. En een toestand zoals die is nadat die de keuze is gemaakt (en de consequenties die die keuze heeft).

 

Daaruit ontstaat dus 'tijd'. Niet de technische tijd zoals we die hebben bedacht, maar een fundamentele tijd. Een tijd die 'verandering' aangeeft. En elke verandering is nieuwe informatie, waaruit nieuwe patronen ontstaan, die nieuwe vormen voortbrengen, wat weer meer inzicht geeft in wat de mogelijkheden zijn, wat weer leidt tot verder onderzoek etc.

 

 

ER BESTAAN 'SPECIFIEKE REGELS'

 

Om evolutie, zoals we die nu beschreven, mogelijk te maken, zijn er specifieke regels nodig. Dat kun je je wellicht het beste voorstellen aan de hand van dit voorbeeld:

 

Je bent in een chatroom met 10.000 mensen. Dat betekent veel potentie voor vernieuwing, want er zijn 10.000 datastromen beschikbaar om via uitwisseling nieuwe informatie te genereren. Maar zonder regels over hoe je uitwisselt, wordt de aanwezige potentie waarschijnlijk niet gemanifesteerd.

 

Zonder regels:

 

  • is je ervaring er vermoedelijk één van 'richtingloosheid': je weet bijvoorbeeld niet of wat jij zegt een effect heeft op anderen.

  • is je ervaring waarschijnlijk verwarrend: je weet niet van wie informatie komt, die jij van zomaar iemand krijgt en wat die waard is.

 

Hieruit valt af te leiden dat we in onze virtuele werkelijkheid regels nodig hebben. Want er kan nog zoveel potentie zijn, die kan niet worden gerealiseerd als er niet een zekere consistentie is. Zodat er een bepaalde continuïteit in onze ervaring is. En waar er ook consequenties zijn van wat we doen (waardoor we kunnen leren), en we de consequenties ook kunnen begrijpen omdat er 'oorzaak' en 'gevolg' is. 

 

 

WAARTOE DIENT DIT NU ALLEMAAL?

 

In en via de virtuele werkelijkheid waarin wij leven, maken we continu keuzes. Die keuzes hebben consequenties voor onszelf en andere spelers. We krijgen op basis van die consequenties 'feedback'. Gaandeweg merken we dat bepaalde feedback ons vooruit helpt. En andere minder. We merken bijvoorbeeld dat ons onaardige gedrag, onaardige reacties van anderen oproept. Of dat we meer kunnen bereiken als we samenwerken.

 

Zo ontdek je ook dat het geven van aandacht, zorg, vriendelijkheid vaker leidt tot betere interacties andere spelers in je werkelijkheid. En dat maakt bijvoorbeeld dat je effectiever iets kunt organiseren, dan wanneer iedereen vooral aandacht voor zichzelf heeft. En gericht is op met name zorgen voor zichzelf.

 

In deze beschrijving herkennen we vermoedelijk allemaal onze eigen virtuele werkelijkheid, waarin het vaak nog lastig is om echt aandachtig, zorgzaam, vriendelijkheid voor anderen te zijn. In die zin zou je ook wel kunnen stellen dat onze virtuele werkelijkheid te vergelijken is met een 'kleuterklas'. We maken nogal eens ruzie over de kleinste dingen...

 

Evolueren of de-volueren

 

Daarom is er uiteindelijk maar één, dus dat is eenvoudig, doel waar onze virtuele werkelijkheid voor 'gecreëerd' is. Eén vraag waar alles om draait: kies ik voor angst of kies ik voor liefde? Ofwel: ga ik tijdens het leven van deze 'bewustzijns-unit' evolueren zoveel als ik maar kan of wordt het de-volueren?

 

In onze virtuele, dagelijkse werkelijkheid gaan we nog vaak van de één (liefde)  naar de ander (angst). En daarom is het zo handig dat het Grote Bewustzijn Systeem die regels kent, die maken dat we continu feedback krijgen. Op basis daarvan kunnen we nagaan of onze intenties, bijvoorbeeld  om iets te besluiten/doen, wel optimaal waren. En of we de voor onze groei beste keuze maakten, met daarop volgend de meest adequate actie. Waardoor we bepaalde uitkomsten (data) hebben gegenereerd.

 

Bewuste hulp

 

Op basis van de constante feedback kunnen we op elk willekeurig moment bijstellen, leren, groeien en ontwikkelen. En dus zo veel en vaak als het maar kan kiezen voor 'evolueren'. 

 

En als wij 'bewustzijns-units' evolueren, dan evolueert Bewustzijn. Wij zijn dus niks meer en ook niks minder dan een slimme 'evolutiestrategie' van Bewustzijn. Die op zich dus niks liever wil dan dat wij succesvol zijn. Dat is ook de reden dat er zoiets als synchroniciteit bestaat: je bent precies op de juiste tijd op de juiste plaats, waardoor je iets vindt, ziet, krijgt dat je nodig hebt. Dat zijn de 'zetjes' van het Grote Bewustzijn Systeem: je bent op de goede weg!

 

Overigens is het niet zo dat 'op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment' betekent dat je 'slechte keuzes' hebt gemaakt. Zoals gezegd : evolutie is vooral ook een experiment. Er gebeurt continu van alles, waar ontelbaar vele 'bewustzijns-units' bij betrokken zijn. Er gaan ook, zonder enige aanwijsbare reden, dingen mis (vanuit ons menselijke perspectief bezien).

 

Deze tekst is tot stand gekomen op basis van het werk van fysicus Thomas Campbell, de grondlegger van My Big TOE (My Big Theory of Everything). Die theorie is gebaseerd op zowel theoretische fysica als op wetenschappelijke experimenten. Waarbij hij via eigen ervaring kennis opdeed in andere dan aardse werkelijkheden. Via dit grote kader brengt hij kennis van en inzichten in de 'virtuele werkelijkheid' naar een hoger, alomvattender plan. Daardoor zijn we steeds beter in staat (meer passende) antwoorden te vinden op grote spirituele en wetenschappelijke vraagstukken. De uitgangspunten in de theorie kun je zelf onderzoeken en zo nagaan of ze voor jou waar zijn. Informatie op www.deja.nu is bedoeld om dat eigen onderzoek te bevorderen.